Driehoeken als je alleen opvoedt

Alleen… en toch niet…

Je kindje co-reguleren, het vraagt van jou als ouder een kalm brein.  Jezelf eerst kalm krijgen, om vervolgens je kindje te kunnen reguleren.  Maar… hoe doe je dat als jij alleen opvoedt?  Als jij en je kleintje midden in een “conflict” zitten en er niet een partner is om het even van je over te nemen: hoe zorg je dan voor jezelf?   

De ervaring leerde mij dat dit best lastig is. Er is geen ander die opmerkt dat je het even niet meer trekt, die het even van je overneemt zonder dat er veel woorden voor nodig zijn.  Een ander die ziet dat jij boos werd op je kind, maar eigenlijk net boos bent op jezelf.  Dat je je vanbinnen eigenlijk verdrietig voelt, misschien zelfs wanhopig. Wat doe je, zonder andere ouder nabij, die je even uit de wind zet of de kans ziet om jouw stresssysteem te co-reguleren?  Hoe blijf je op zo’n moment toch zelf binnen je raampje? Hoe blijf je helder denken en niet reageren vanuit die overweldigende emotie? Het is op zo een moment een ware kunst om “zacht” in de verbinding te blijven, terwijl je eigenlijk steeds bozer wordt. 

Ik moet het niet alleen doen

Als ik terugdenk aan hoe het voor mij was om er bij heftige emoties alleen voor te staan met Flynn, kan ik met dankbaarheid zeggen dat er gelukkig altijd wel een belangrijke andere volwassene was die ik om hulp kon vragen.  

Het eerste moment dat in me opkomt, gaat terug naar toen Flynn vier dagen oud was, vier dagen na de geboorte. Tot dan toe hadden Flynn en ik voortdurend mensen om ons heen gehad. En dan kwam het moment dat ik voor het eerst een avond alleen zou zijn met hem. Het voelde allemaal heel dubbel. Ik wist ergens wel: “Ja, het lukt wel, ga maar….ik kan dit,…toch?” Maar ik vond het tegelijkertijd ook zo spannend. Gedachten als: “waarom huilt ie nou? Nu weet ik het even echt niet meer… ik ben zo moe, ik voel me steeds meer gespannen… waarom lukt het me niet om hem te troosten… hij huilt al 20 minuten… dit is toch niet goed… waarom lukt dit me nou niet?”, spookten door mijn hoofd. Helemaal van slag belde ik uiteindelijk Judith op. Meteen stond ze klaar, ze is al jaren mijn beste vriendin. Ze stond ook toen weer voor me klaar zoals ze de dagen ervoor ook voor ons klaar had gestaan. Ze stelde me gerust, kwam naar ons toe, nam Flynn van me over en haar rust bracht hem (en mij!) tot rust… Van zodra ik zelf tot rust was gekomen, kon ik hem weer overnemen, in vertrouwen. Ik voelde me gerustgesteld, maar het was eerlijk gezegd ook heel dubbel: “ik ben zijn moeder, ik moet dit toch zelf kunnen?” En toch… als ik eerlijk ben, voelde en voel ik nog steeds ook wel trots. Omdat ik hulp heb gevraagd, dat is toch ook goed genoeg ouderschap?  

Vanaf dat moment denk ik in driehoeken: ik los nog steeds veel situaties alleen op, en toch is soms alleen de wetenschap dat er een back-up is – soms fysiek, maar vaak ook gewoon in de vorm van mentale steun op afstand- al voldoende om mezelf binnen m’n raampje te houden, wanneer mijn kind ontregeld is…. 

Ik kwam zo nog veel meer situaties tegen, waarin ik moest dealen met het alleen zijn in het ouderschap, op momenten dat Flynn totaal ontregeld was. Soms lukte het goed om mezelf kalm te houden, soms kon ik nog maar net binnen (of net ff buiten) mijn raampje blijven. Soms veroordeelde ik mezelf omdat het niet lukte.  Andere keren kon ik zacht blijven voor mezelf. Ook hier hielpen belangrijke derden me…. Niet alleen hielpen ze me door voor ons klaar te staan, ook door met me te reflecteren en naar mezelf verdraagzaam te gaan kijken. Samen te verdragen dat het soms ook moeilijk mocht zijn. Dat ik het ook even niet meer mocht weten.   

Nooit vergeet ik de keer dat hij van de trap viel. De keer dat hij zijn vinger schaafde en het maar bleef bloeden. Dat hij maar bleef huilen. Ook toen vond ik de moed toch even de buurvrouw te bellen, die, door er te zijn en letterlijk een extra paar handen was, me tot rust bracht. Twee jaar geleden kwam voor ons een volgende uitdaging: ik was er fysiek niet goed aan toe en kon niet goed meer lopen en tillen. Voor heel wat praktische dingen had ik hulp nodig. Ik wilde het zo graag in mijn eentje kunnen. Wanneer Flynn dan heel boos werd en ik hem niet kon tillen of hem achternagaan, ook toen waren er weer belangrijke metgezellen in mijn ouderschap: ze gingen een rondje met hem lopen of speelden een spelletje met hem, zodat hij bij een kalme volwassenen z’n energie en z’n emoties kwijt kon. 

Al die keren dat een ander hem meenam voor een “rondje speeltuin” of om hem een boekje voor te lezen, hebben me zo geholpen om op andere momenten weer rustig naast hem te kunnen staan.  Het blijft hard werken in je eentje, maar Flynn en ik, we leren samen heel veel bij. Mét hulp van buitenaf. En dat mag ook. Ik ben milder voor mezelf geworden. Dat helpt.   

Wat ik hieruit meenam en jou nog heel graag meegeef, is dit: 

  • het hoeft niet perfect, goed genoeg is ook goed! 
  • wees ook mild voor jezelf, je hoeft het niet alleen te kunnen, hulp vragen mag! 
  • verdraag dat het soms gewoon moeilijk is. 
  • soms zit het in “kleine” dingen: iemand toelaten voor een spelletje of een rondje om, is soms genoeg om de rust bij iedereen te laten terugkeren. 
  • weet dat een ander het vaak graag doet: waar het voor jou soms een drempel is om iets te vragen, doet het een ander juist plezier om jou te kunnen helpen. 

Moeder van Flynn